Zondag 5 juli
Zondag heb ik ’s ochtends weer hardgelopen (wederom veel te heet) en hebben we ontbeten en gezamenlijk ons huiswerk gemaakt. Daarna zijn we naar een café boven onze supermarkt gegaan waar ze gratis (zwakke) WiFi hebben, omdat Irma en Lisanne wilden bellen en de rest even op Whatsapp/instragram/nieuwssites wilde kijken.
’s Middags hebben we eerst een paar uur zitten kaarten en lunchen onder het genot van de Queenmuziek uit mijn laptop en om halfvier, toen de ergste warmte voorbij was, hebben we eindelijk een maandkaart voor de metro gekocht en zijn we naar het Leninplein gegaan. De brede, communistische autowegen waar we langs wandelden waren nagenoeg uitgestorven, op een paar auto’s en bussen na. Ook over het enorme Leninplein, aan de randen waarvan parlements- en stadsbestuursgebouwen staan, liepen maar een paar mensen. Je krijgt er een soort Noord-Korea idee. Om aan de andere kant van de weg die over het plein liep te komen, moesten we onder de weg door lopen, waar we een gigantisch ondergronds winkelcentrum ontdekten. Ze verstoppen het kapitalisme hier letterlijk onder de grond. We liepen er even doorheen en gingen toen weer bovengronds het plein op, nu aan de andere kant. Bij het zeven meter hoge Leninbeeld, dat pontificaal voor het parlementsgebouw was geplaatst, stond een enkele soldaat. Lisanne durfde hem te vragen of we misschien een foto van Lenin mochten maken, en tot onze grote verbazing vond hij dat prima. Hij was heel vriendelijk en moedigde ons aan om foto’s van de voorkant te nemen op het moment dat we Lenin heel voorzichtig van de zijkant op de foto zetten om het parlementsgebouw maar niet te fotograferen. Toen we wegliepen zwaaide hij zelfs.
We hebben nog even rondgelopen en kwamen toen een McDonalds tegen, waar we voor een paar euro gegeten hebben. Ook hier was het bijna onnatuurlijk schoon. De slogan van McDonalds is hier letterlijk vertaald naar het Russisch: Вот что я люблю. Dan klinkt I’m loving it toch beter.
We namen de metro naar huis en deden boodschappen bij onze supermarkt, waar we inmiddels vaste klant zijn. Bij het betreden van de общежитие met onze handen vol boodschappen (“ik hoop zó dat ie nu niet om onze papieren gaat vragen”) riep de norse man bij de balie direct “ДОКУМЕНТЫ!”. De grap hiervan is dat ze dit gewoon blijven doen wanneer ze al meerdere keren met je gesproken hebben en je van gezicht kennen. Het zijn, op die ene oude man met snor na, allemaal stuurse onbehulpzame mannen die geen enkele moeite doen om langzaam te spreken – eentje vertikte het zelfs om Russisch te spreken en bleef in het Wit-Russisch tegen ons ratelen. De allerergste is een dikke man die bijna niets zegt, ook als je hem iets vraagt. Een paar dagen geleden vroegen we hem waar we ons vuilnis konden laten en zijn antwoord was een handgebaar dat ergens in de verte wees. Toen we om verduidelijking vroegen keek hij ons onbewogen aan.
Nadat we ons allemaal geïdentificeerd hadden als bewoners van de общежитие vroegen we de dienstdoende receptionist (zo zal ik hem maar noemen) of er hier ergens een wasmachine was. Zijn antwoord was enkel een diepe zucht. Toen we doorvroegen bleek dat er inderdaad een wasmachine is, maar dat die buiten gebruik is omdat het zomer is.
Terwijl ik dit aan het typen was zo’n uur geleden, begon er in de flat tegenover ons iemand verschrikkelijk harde muziek te spelen uit een monsterlijke stereo-installatie die werkelijk over de binnenplaats galmde alsof er een festival bezig is beneden en ons een uur lang de slappe lach bezorgde – het is elf uur ’s avonds en het is één grote tyfusherrie. De mensen die beneden op de bankjes zitten doen ook alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Dit is ook weer te bizar om waar te zijn.












