Zaterdag 4 juli
De dag daarna was het weer boven de dertig graden. ’s Ochtends ben ik om halfnegen gaan hardlopen, maar toen was het eigenlijk al veel te warm. Het was wel vrij bizar dat er bijna geen mens op straat was. Ik liep op een voetpad langs de grote autoweg die helemaal rond Minsk loopt en op deze zesbaansweg was het grootste deel van de tijd geen auto te zien.
Aan het begin van de middag hebben we de metro en de trein naar het noorden van Minsk gepakt (het is een heel grote stad, 2 miljoen inwoners en een doorsnede van 30 kilometer). Dit ging heel makkelijk. Het was weer opvallend dat de conductrice in de trein alleen onze kaartjes controleerde.
Vanaf het station waar we uitstapten hoefden we ongeveer twee kilometer te lopen, waarvan een door een buitenwijk van Minsk en een door het bos, en toen doemde voor ons een meertje met grasstrand op. Het was heel mooi en helemaal niet druk. We zijn er tot halfvijf gebleven en hebben de hele middag niet veel meer gedaan dan zwemmen, lezen en praten.
In het ondiepe deel van het meertje waren doorlopend ouders kleine kinderen aan het leren zwemmen. Ik denk dat de kinderen hier geen zwemles krijgen, ook de wat oudere kinderen hebben nog zwembandjes om. Verder vielen de vele slechte tattoos op (een man had zelfs een Lenintatoeage op zijn rug en hij zal vast niet de enige zijn) en het feit dat ook hier weer veel mensen aan het volleyballen waren. Het lijkt bijna wel de nationale zomersport. Ondanks dat het geen winter is, merk je de hoge status van het ijshockey in Wit-Rusland overal. Tijdens het hardlopen langs de grote weg staan er overal enorme reclameborden met foto’s van de spelers waarop “onze strijders” worden aangemoedigd en in de hele stad staan er nog borden en vlaggetjes van het WK ijshockey dat hier vorig jaar was.
Aan het eind van de middag zijn we terug naar de общежитие gegaan, waar een nieuwe verrassing op ons wachtte. De badkamer was overstroomd. In de hele badkamer stond een laagje water van enkele centimeters. We hebben het beneden in ons beste Russisch gemeld en tot onze grote verbazing kwam de man die op dat moment bij de “receptie” (groot woord) zat mee naar boven om te kijken. Het is een klein oud mannetje met een snor en hij is de enige van de mannen die elkaar daar afwisselen die een béétje aardig is en zijn best doet om ons te helpen. Boven wierp hij een paar blikken op de badkamer, mompelde dat ie er niets van begreep en dat we schoon moeten maken. Maandag komt een loodgieter. Of niet. Nu kregen we overigens wel wat meer begrip voor de random jongen die ons op dag 1, toen we wanhopig met onze lakens in een hoekje zaten, vroeg waar hij een plumber kon vinden.
Nadat Robin met het blik van ons veger en blik het meeste water weer in de douche had geschept, zijn we naar het centrum vertrokken om te eten. Het was al vrij laat, dus besloten we om bij hetzelfde Italiaanse restaurant te eten als donderdag. We namen dit keer ook een nagerecht en aten in totaal voor 800.000. Het betalen van de rekening mondde uit in een bizar tafereel waarin iedereen briefjes van 1000 en 500 die ie kwijt wilde op tafel gooide. Een briefje van 1000 is een paar eurocent waard en ze hebben hier ook briefjes van 100, die dus minder dan een eurocent zijn, 0,06 cent om precies te zijn. Iedere dag eindigt met het tellen en sorteren van het geld in je portemonnee. De briefjes van 5000 en lager worden eruit gegooid en liggen op stapels in de kastjes, daar kun je toch bijna niets mee.
Het pleintje waar we zaten te eten was wel heel mooi en vredig. Het was er, zoals overal in Minsk, lekker rustig en in het midden stond een fontein waar kleine kinderen speelden. Aan de andere kant van het pleintje stond een kerk waar baboesjka’s met hoofdkapjes uit kwamen, die op bankjes gingen zitten en met elkaar praatten. Aan de rand van het plein speelde een chique orkest klassieke muziek. Als je daar rustig zit te eten merk je er niets van dat dit land een door velen verafschuwde dictatuur is.
Toen we de metro terug namen, kwam hij plotseling vijf minuten later (de metro’s komen hier om de vijf minuten) en de lijn op het andere spoor leek ook ontregeld. Daarna gebeurde er iets wat we niet helemaal begrepen. Op een bepaald station werden alle passagiers verzocht uit te stappen. Toen men dat deed, stroomden uit alle hoeken van het perron en van de trappen politieagenten, die door de menigte gingen lopen en iedereen goed bekeken. Ook de metro zelf werd doorzocht. Het was alsof ze naar iemand op zoek waren. De metro vertrok zonder passagiers naar het volgende station en kwam even later weer terug. We mochten allemaal weer instappen en iedereen deed alsof er niets gebeurd was.
’s Avonds hebben we nog tot laat in de nacht op bed zitten praten, met een stoel met pan vol watermeloen in ons midden.









