Recent
Vandaag
7 June 2026

Dinsdag 30 juni

De eerste twee dagen in Minsk waren een harde kennismaking met de Wit-Russische bureaucratie. Ons vliegtuig landde op een klein vliegveld in een bosrijk gebied zo’n vijftig kilometer van Minsk. Bij het betreden van de luchthaven viel direct op dat alle reizigers gefilmd werden en mannen van de Wit-Russische politie of het leger iedereen nauwlettend in de gaten hielden. We moesten aansluiten bij een van de lange rijen voor de douane. Twee zwarte mannen (die zie je gewoon niet in Wit-Rusland) die ook uit het vliegtuig waren gekomen werden in deze rij alleen al door drie verschillende Wit-Russische overheidsfunctionarissen aangesproken. Onze visa werden goedgekeurd en gestempeld en ook het papiertje dat we in het vliegtuig hadden moeten invullen bleek in orde, dus mochten we het land in. Bij nog een extra controle werden de donkere mannen wederom aangehouden.

We hebben ons met een soort taxibusje van het vliegveld naar de общежитие laten brengen, zo’n 50 kilometer voor 30 dollar. De taxichauffeur was onze eerste ervaring met de niet-Engels-sprekende Wit-Rus. Hij was overigens wel aardig toen hij begreep dat we niet zo goed Russisch spraken.

“Вы не говорите по-русски?”
“Ещё плохо.”
“Я тоже.”

Hij kon de общежитие niet meteen vinden, wat leidde tot een geestdriftig telefoontje naar zijn collega op het vliegveld (“Я здес но я не вижу ничего!”), maar met nieuwe aanwijzingen lukte het hem om ons voor de deur af te zetten.

De paar uur die volgden waren vrij dramatisch. In het enorme gebouw waar we een kamer hadden sprak geen levende ziel Engels en begreep niemand wie wij waren, dus brachten we lange tijd zittend op banken of wachtend tegen de muren door terwijl oude mannetjes uitzochten wat ze met ons aan moesten. Uiteindelijk werden we naar een kantoortje van een vrouw geleid bij wie we enkele formulieren moesten invullen. Daar was toevallig een Iraans meisje aanwezig dat Engels sprak en het een en ander voor ons kon vertalen. De vrouw nam ons mee naar een ruimte waar we allemaal beddengoed en een handdoek kregen en toen werden we weer aan ons lot overgelaten. Terwijl wij wachtten met onze handen vol dekens, kussens en lakens ging het meisje uit Iran uitzoeken wat we moesten doen en hoe we aan een sleutel voor onze kamer konden komen. Ondertussen werden we nog aangesproken door een random jongen die een loodgieter zocht en vergezeld werd door een meisje dat enkel boos kijkend achter hem aan door het gebouw stampvoette.

Om een lang verhaal kort te maken: na lang wachten en veel wederzijds onbegrip vanwege ons slechte Russisch zaten we een aantal uur later in onze kamer. Onze tolk was op een bepaald punt in het proces helaas in rook opgegaan en echt niemand spreekt hier Engels of bezit een beetje geduld, dus de uitleg die we daarna nog kregen en de formulieren die we nog moesten invullen begrepen we vaak niet helemaal.

’s Avonds hebben we boodschappen gedaan, inclusief pannen, borden en bestek, want die zitten niet bij de kamers inbegrepen. We hebben in onze kamers trouwens bedden, bureaus, kasten, een badkamer en een eigen keuken. Best luxe dus, op het ontbreken van gebruiksvoorwerpen na. We zitten met zijn vieren op een kamer. Robin zit in zijn eentje in de kamer tegenover ons.

Daarna hebben we met beperkte middelen een avondeten gemaakt (het was al vrij laat) en zijn we snel daarna gaan slapen. Gordijnen hebben de kamers ook niet, en die in het gebouw tegenover ons ook niet, dus is de kamer ’s avonds en ’s nachts nog gewoon licht door het gebouw aan de andere kant. Op het pleintje tussen de gebouwen in zijn ’s avonds en ’s nachts mensen aan het volleyballen of andere balspellen aan het doen met de daarmee gepaard gaande “Давай! давай! давай!” dus echt ideaal is het qua slapen niet. Deze dag was zo bizar dat Lisanne zei: “Als ik morgenochtend wakker word, denk ik echt: shit, het was geen nachtmerrie.”

Eerste dag overleefd!

Eerste dag overleefd!

Ontvang blogski's via mail